Hoge Raad: deelneemster Gouden Kooi had recht op ww-uitkering

Deelneemster Natasia van het televisieprogramma De Gouden Kooi heeft onterecht geen ww-uitkering gekregen toen ze werd weggestemd uit het programma. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

Volgens de Raad gold deelname aan het programma als een arbeidsovereenkomst en had ze na het verbreken van deze overeenkomst recht op een ww-uitkering.

De deelneemster, van wie de naam niet wordt genoemd in het vonnis, nam van 23 september 2006 tot en met 26 juli 2007 deel aan het televisieprogramma De Gouden Kooi. In het programma werd een groep kandidaten langdurig in een villa opgesloten, waarbij de laatst overgebleven kandidaat die villa kon winnen. Deelnemers probeerden elkaar weg te pesten en konden worden weggestemd door hun medespelers of het publiek.

Deelneemster Natasia kreeg 2250 euro voor iedere maand die zij in de Gouden Kooi doorbracht. Daar werden nog loonheffingen en sociale premies op ingehouden. Nadat ze werd weggestemd vroeg ze een ww-uitkering aan. Het UWV weigerde die in november 2007. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat die ww-uitkering haar ten onrechte is onthouden. Ze behoudt haar recht op een ww-uitkering gerelateerd aan de periode dat zij deelnam aan De Gouden Kooi.

Folkert Jensma, juridisch redacteur van NRC Handelsblad, trekt de volgende conclusie over het vonnis:

“Deelnamecontracten aan dit soort tv-shows met dit type voorwaarden moeten voortaan worden begrepen als een vast dienstverband en niet als een freelance klus. Dus van een ‘overeenkomst van opdracht’ is geen sprake. Daarmee gaan de kosten voor de tv-producenten omhoog en het eigen risico voor de deelnemers wordt kleiner.”

Volgens Jensma draait deze zaak om de vraag of er een gezagsverhouding was tussen Talpa en Natasja. En of zij hetzelfde doel probeerden te bereiken met de overeenkomst die zij sloten, namelijk het doel waarvoor Natasja ‘productieve arbeid’ zou moeten verrichten.

“Die gezagsverhouding is eigenlijk heel duidelijk. Talpa biedt een vrij streng contract aan, met gedetailleerde huisregels en de eenzijdige bevoegdheid voor Talpa om ‘de Deelnemer onmiddellijk van deelname uit te sluiten en te verzoeken het Huis te verlaten, zonder dat enige schadevergoeding of restitutie van de Eigen Bijdrage verschuldigd’. Uit de conclusie onder het arrest blijkt dat Natasje een ‘startgeld’ van 10.000 euro heeft betaald. Ik had daar nog nooit van gehoord.”

Dat ‘gezamenlijke doel’ is ingewikkelder, volgens Jensma.

“Talpa vond dat ze met Natasja meer een soort weddenschap hadden afgesloten dan een arbeidscontract. Zij wilde miljonair worden en Talpa wilde reclame inkomsten binnenhalen met een hoog bereik onder de tv kijkers. In het advies van de Advocaat-generaal onder het arrest worden andere uitspraken aangehaald over interim directeuren, kuikenvangers, pizzabezorgers, promovendi, museumgidsen, dirigenten van kerkkoren en allerlei andere meer of minder ingehuurde arbeidskrachten. De AG concludeert dat er ‘iets schuurt’ in deze relatie.

Hij schrijft dat ‘de ongelijkheid van de contractspartijen zo duidelijk naar voren komt, dat twijfel ontstaat of de deelnemer zelf inderdaad bedoeld zou hebben om geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Zijn er in de overeenkomst niet tevens aanwijzingen dat een arbeidsovereenkomst is beoogd door Talpa, in het bijzonder vanwege haar instructiebevoegdheid? Was het wel de bedoeling (van Talpa) om een overeenkomst van opdracht te sluiten of was haar oogmerk er slechts op gericht te ontkomen aan de verplichtingen van het arbeidsrecht en die van de loonheffingen?’ Die vragen worden uiteindelijk met ‘ja’ beantwoord. Talpa wilde geen last hebben van het arbeidsrecht, en ook niet van de deelnemer. Een unfair en onevenwichtig contract dus, dat nu wordt recht getrokken.”

Bron: www.nrc.nl
d.d. 25 maart 2011